Er is langzamerhand geen bedrijf meer waar de werknemers niet op bureaustoelen met zwenkwielen zitten.

Met uitzondering misschien van mijn garagebedrijf. In de kantine vind je stoelen met kunststof zitting en rugleuning uit één stuk, voorzien van holle metalen poten met rubber doppen. Het is de laatste plaats waar je een designstoel zou verwachten.

Toch is het een mooi voorbeeld van evenwicht tussen de vier basisfactoren die de keuze van een (bureau-)stoel zouden moeten bepalen: techniek, duurzaamheid, uitstraling en budget.

De technische mogelijkheden van zo’n kantinestoel zijn zeer beperkt: er valt weinig aan af te stellen. Hoogte, hoek tussen rug en zitting en de afstand tussen rugleuning en voorkant zijn door de fabrikant in beton gegoten. Maar omdat de gemiddelde verblijfsduur op zo’n stoel vrij kort is, telt de duurzaamheid (lees: mensvriendelijkheid) hier niet zo zwaar. Rug-, schouder- en nek klachten zullen er niet door veroorzaakt worden. De uitstraling imponeert niet echt en vloekt enigszins bij de showroom van het bedrijf. Maar zolang de kantine buiten het zicht van de klant blijft, valt de keuze te billijken. Ondanks dat de factor geld bij de aanschaf allesbepalend is geweest (‘Ik wil niet al teveel besteden aan de inrichting van mijn kantine.’), is het resultaat een gunstige prijs/kwaliteit-verhouding.

Hoe anders is dat bij het adviesbureau dat enkele jaren geleden dure designstoelen bestelde. Omdat niets veranderlijker is dan mode, oogt het geprononceerde design van deze stoelen inmiddels weer hopeloos achterhaald. De technische mogelijkheden van de stoel zijn uitgebreid en ze zitten nog steeds gezond. Bij de aanschaf is echter te weinig rekening gehouden met de toekomst. Na twee jaar blijkt niet de stoel zelf versleten te zijn, maar wel zijn uitstraling.

Behalve naar de prijs/kwaliteit-verhouding (zoveel mogelijk techniek en uitstraling voor mijn euro), zou bij de aanschaf van bureaustoelen ook gekeken moeten worden naar de verhouding tussen kostprijs en levensduur (kosten op jaarbasis). Goedkope bekleding die snel slijtagesporen gaat vertonen of bekleding die snel vervuilt en moeilijk schoon te houden valt, drukken de pret van een lage aanschafprijs. Net zoals bijvoorbeeld kwalitatief slechte rollers.

Maar de grootste tegenvaller voor degene die dacht met een koopje weg te komen, zijn de verborgen kosten die een mensonvriendelijke bureaustoel in de loop der tijd kan genereren. Slecht zitten heeft direct invloed op de productiviteit zodra er klachten ontstaan aan nek, schouder of rug. Let maar eens op hoeveel mensen met gebogen schouders achter hun PC zitten. Een bureaustoel met uitgebreide instelmogelijkheden kan een hoop klachten voorkomen. Uiteraard is zo’n stoel duurder dan een stoel die zulke mogelijkheden niet heeft. Maar de meerprijs ervan valt in het niet bij de kosten van niet-gewerkte uren vanwege bezoek aan dokter of fysiotherapeut. Om maar niet te spreken over de kosten van werknemers die tijdelijk thuis zitten.

Wie een bureaustoel aanschaft, moet zich niet blind staren op de prijs. Hap niet zonder meer toe op acties met aantrekkelijke korting. Ga in eerste instantie uit van de technische eisen die voortvloeien uit het gebruik van de stoel, denk na over de gewenste levensduur, kies een stoel die in uw ogen ook straks nog aan uw smaak zal beantwoorden en zie de aanschafprijs deels als verzekering tegen ongewenste ziektekosten. Dan zit u goed!